Leuke verhalen

EERSTE OGEN

Ik ben jaloers op de toeristen die ik meeneem op een wandeling door ons historisch Bergen op Zoom.  Stik jaloers!  Want zij kunnen iets wat wij Bergenaren allang niet meer kunnen: kijken met “eerste ogen”.  Je verbazen over een gezellig marktplein, omzoomd met uitnodigende terrasjes.  Ontdekken waarom ons stadsmotto “MILLE PERICULIS SUPERSUM”, dat met blinkend gouden letters op ons Stadhuis prijkt, zo toepasselijk is voor deze stad.  Horen en zien dat oorlog en vrede beurtelings hun zichtbare sporen achterlieten in straten, huizen en de harten van mensen.

Met een gids zie je plotseling zoveel méér.  Maar ook de gids zélf ziet opnieuw, al vertellend, wat die doorleefde stad doet met mensen die dat alles voor het eerst zien.

Ik doe een greep uit de vele opmerkingen die ik wandelend opving:  “Wat zit alles netjes in de verf hier!” (Ik zie inderdaad ineens overal schilder steigers!)   “Wat een leuke kleine straatjes!”  (Ik loop daar bewust, omdat je anders van de sokken gereden wordt)  “Wat een mooie bloemversiering rondom de Grote Markt!” (Mij nooit echt opgevallen, maar nou je het zegt…!) “Prachtige straat, die Lievevrouwestraat!” (Dank aan Jan Weyts die van de restauratie ervan zijn levenswerk maakte)  “Prachtige namen hebben al die huizen hier!” (Jazeker, en achter iedere gevel schuilt wel een verhaal. U moest eens weten!)  

Aan het eind van zo`n wandeling, meestal in het Markiezenhof, neem ik dan afscheid van “mijn” groep.  Historie is mooi, maar je moet er iets bij te drinken hebben.  En ik loop weer terug naar ons SBM gidsen-“hoofdkwartier” in het Sint-Annastraatje.  En zelfs op dat korte stukje zie ik mijn stad weer “met eerste ogen”.  Dankjewel toeristen!

 

Stadsgids dromend over Bergen..

Dromend over Bergen verdwaal ik weer eens in gedachten, en voel dan de schaduw van de veel bezongen toren.
Als ik mijn ogen sluit zie ik de monumentale prachten, en het Bergs dialect klinkt bij het sluiten van mijn oren.
Dromend over Bergen zal een glimlach op mijn mond verschijnen, neuriënde vastenavendliedjes laat ik klinken in de ruimte waar ik ben.
Tegenslag kan ik ineens relativeren en verkleinen, als ik dromend over Bergen mezelf verwen.
Dromend over Bergen laat me in mijn eigen wereld ontwaken, levend in een roes, in rijkdom en met een steevaste lach. 
Simpele dromen die een mens zo gelukkig kunnen maken, dromen over de stad waar ik het levenslicht zag.
Dromend over Bergen kan ik bergen verzetten, dromend krijg ik het gevoel van ‘thuiskomen’. 
Het zal me steeds weer doen aanzetten, dat ik graag naar Bergen ga….naar de stad van mijn dromen.

 

Bijzondere bezoekers in onze stad

Als gids van SBM zijnde heb ik sinds een jaar of 10 het voorrecht om bezoekers de verhalen en anekdotes te vertellen die onze stad maken tot wat het is. Soms zijn het bezoekers die vanuit diverse hoeken van Europa komen, en met enige regelmaat zelfs ver daarbuiten, en soms betreft het bezoekers wiens dagelijkse wandeltocht hen langs ons fraaie stadhuis en Gevangenpoort voert maar deze nooit van binnen hebben gezien.

Twee van deze bezoeken waren dermate bijzonder dat ik ze wil benoemen.  In de late zomer van 2016 stond ik als monumentengids in de Gevangenpoort waar een vrouw van een jaar of 33-34 binnen kwam wandelen. Het bleek een Française te zijn die in haar beste Engels vertelde dat ze een reis maakte die haar over-over-over-grootvader in 1747 ook maakte. De man die ze bedoelde werd destijds gedwongen om als soldaat de Noordelijke Franse troepen te steunen in de oorlog die toen woedde en vocht onder andere in Breda ( waar de dame daags tevoren was) en trok vanaf daar in westelijke richting naar Bergen op Zoom. Daar aangekomen schreef hij een brief naar zijn vrouw en vertelde over ‘erbarmelijk omstandigheden in regen en modder bij een kamp bij de dorpen ‘Hooghidde’ (Hoogerheide?) en ‘Woendichgt’ ( Woensdrecht?). De vrouw bracht in al haar wijsheid de brief bij het stadsbestuur van het Noord-Franse stadje Vouziers waar de familie woonde. De jonge Française die voor me stond vond dit verhaal in de archieven van dit stadje en kwam enkele documenten later tegen dat er tal van ‘naamloze’ soldaten om het leven kwamen rondom ‘de onneembare stad Bergen op Zoom’. Aangezien het feit dat haar over-over-over grootvader nooit is terug gekomen van zijn lange en gevaarlijke tocht gaat ze er vanuit dat de man rondom deze plaats is gesneuveld. 

Een tweede verhaal is een stuk vrolijker van aard: Een familie uit het Zeeuwse Yerseke bracht in 2017 een bezoekje aan onze stad. De vader van het gezin kon heel gevleugeld over het wel en wee van de gemeente Reimerswaal vertellen en repte onder andere over een zekere heks Wana die in ver vervlogen tijden over de Oosterschelde waakte en een onomkeerbare vloek uitsprak over het dorp Reimerswaal. De man vertelde het op een manier alsof hij er hoogstpersoonlijk getuige van was geweest. Hij vertelde ook nog dat de opa van zijn opa ooit als afgestuurde jongeman van de politieschool naar Bergen op Zoom trok en daar solliciteerde om als eerste commissaris van een nieuw politie- en justitiesysteem in de stad te worden. De man werd uiteindelijk aangenomen en vervulde zijn taak met verve. De naam van de familie uit Yerseke? Familie Steketee!